Pijn in het lichaam verlichten in een sessie

Tijdens de live sessies op Instagram in de zomer van 2023 hielp ik Charlotte die pijn heeft aan haar lichaam. Daar wilde ze heel graag van verlost zijn.

Onderzoek laat zien dat hypnotherapie heel goed werkt voor pijnmanagement en om de kwaliteit van leven te verbeteren. Het helpt vaak zelfs beter dan andere psychologische behandelingen en bij chronische pijn[1]. Reden genoeg om Charlotte te helpen.

Ik vroeg haar of ze wist wat de oorzaak was van de pijn en ik vroeg haar of ze naar een arts was geweest. Ja, dat was ze. Ze was ook bij Martijn Regeling en andere mensen geweest, maar ze wilde graag dat ik haar zou helpen. 

Dat vond ik prettig, want dan staat ze open voor de suggesties die ik haar zou geven. Ze wist ook niet waar het probleem aan lag en dat is ook ideaal. Dan staan cliënten namelijk open voor suggesties. Als iemand alles al weet, dan is die volgzaamheid een stuk lager. 

Ze had thuis een keer een gesprek gehad met een coach van haar werk. Toen kreeg ze opeens een soort vuurgevoel. Dit had ze eerder gehad en ze dacht dat het met  stress te maken had. Ze was ook aan het helen van situaties, maar ze was er nu wel klaar mee. 

De wens was om gewoon ’s ochtends niet meer alles te hoeven forceren. Dat ze meer in de zachtheid kon leven. Die forcering kwam door de pijn.

Ik vond het wel logisch dat je bij pijn meer moet forceren en dat je dan niet lekker in je zachtheid leeft. Je rolt dan maar uit bed. 

Ze moest heel hard lachen, omdat ze alles in beelden ziet. Het is altijd handig bij hypnotherapie als je een cliënt hebt die een groot voorstellingsvermogen heeft.

Ze kreeg in ieder geval een jaar eerder last van pijn vanuit haar rug naar haar armen. Dit voelde voor haar als vuur. 

Ik vroeg haar hoe dat er uitziet als ze er een beeld van zou maken. Dan was het alsof er vuur om haar heen zat bij de plekken waar er pijn was. Het deed me denken aan een soort superheld met vuurarmen. Dit idee vond ze heel leuk. 

Het idee dat ze van haar pijn, haar kracht kon maken. Dat vond ze leuk, maar ze wilde graag dat het vuur juist uit zou gaan.

Ja, ze moest natuurlijk die “kracht” beheersen. Ik gaf haar het idee dat ze het vuur in zich moet beheersen in plaats van dat het haar verzwelgt. Net zoals alle andere superhelden die hun krachten moeten leren beheersen.

“Jij moet dat vuur in je beheersen, want nu verzwelgt het en dat doet pijn.”

Toen voelde ze opeens iets in haar nekstreek. Daarover gaf ik de suggestie:

“Ja, want je moet je uitspreken. Je moet het eruit gooien. Dit (wijst nek aan) is het centrum dat het eruit moet. Jij wil het weg hebben. Maar dat vuur “dat in plaats van dat het me verzwelgt, kan ik het natuurlijk gebruiken voor kracht”, bijvoorbeeld.”

Ik kwam even terug op hoe het was ontstaan. Het was dus duidelijk toen de coach van het werk langskwam, maar eerder had ze het ook al in fases gehad. Voor haar idee kwamen die fases dan door stress. 

Die stress kwam door een vorige relatie. Je kon aan haar zien dat ze daar geen prettige herinneringen aan had. Ze wilde er liever ook niet over praten. Toen gaf ze zichzelf de schuld dat ze er vijf jaar later nog niet overheen was.

Hierover gaf ik de volgende suggestie:

“Maar ja, er zijn mensen die zijn er 50 jaar later nog niet ergens overheen. Iemand anders die cremeert zijn vrouw en de volgende dag heeft hij een ander. Ja, die heb je ook nog een keer. Die gooit zijn vrouw in de oven en zijn andere vrouw die gaat daarna met de volgende… Of misschien is hij al op de begrafenis zelfs met een ander. Die heb je ook dat je denkt: “Oké wel heel snel, hè. Had je niet heel heel even kunnen wachten?” Ja, die mensen heb je ook. Ja, ik ben ook wel iemand die daar wel iets langer over doet. Maar goed 5 jaar, plus er zat nog een relatie tussen?”

Ja, er zat ook nog een  relatie tussen en daar werd Charlotte ook naar en benauwd van. 

Sociaal panorama

Toen zei ik wat interessant zou zijn is om je af te vragen hoe het nu kan dat het je nog zo beïnvloedt. Ik maakte gebruik van haar beeld denken en gaf aan dat die persoon dan waarschijnlijk toch dichtbij is. Ik vroeg haar om zich voor te stellen waar die persoon, waar ze vijf jaar eerder een relatie mee had, waar die zou staan in een ruimte. 

Dit is een techniek die we het sociaal panorama noemen[2]. Die komt aan bod in een van de opleidingen van het Hypnose Instituut Nederland. 

Ze gaf direct aan dat die persoon direct voor haar stond, tegen haar aan. Ik vroeg haar of hij niet in haar zat. Nee, hij stond echt tegen haar aan. 

Daarna vroeg ik waar de persoon stond van de relatie na hem, maar voor wat ze nu heeft. 

Die stond wat verder weg.

Ik gaf haar daarna de volgende suggestie:

“Dan wil ik dat je die… ene die heel dicht tegen je aanstaat… probeer je een manier te vinden om hem een beetje naar die andere toe te schuiven.”

Dat vond ze lastig, want in haar verbeelding had hij haar keel vast. 

Ik zei haar dat ze die hand gewoon weg mocht halen van haar nek en hem op haar manier weg mocht duwen. Ik maakte er een gebaar bij, die kopieerde ze direct.

Terwijl ze zei dat het lukte, kwam hij volgens haar ook weer terug.

“Ja, dan schuif je hem net zo ver tot hij bij die ander staat… en dan klik je hem vast. Dat die niet meer terug kan. Klik… En dan maak je het hier (gebaar voor het lichaam) schoon. Zodat hij ook niet meer terug kan. Lukt dat?”

Charlotte was hier even mee bezig, maar hij kwam toch telkens weer terug.

“Oké, wat heeft hij dan nodig om lekker wat anders te gaan doen? Om gewoon verder weg te gaan?... Om daar te blijven?”

Het eerste wat ze zei was liefde, het tweede was een plens water 😊.

Gevoel vinden en symbolisch geven

Ik besloot te beginnen met liefde en gaf haar aan haar ogen te sluiten en een moment in haar eigen leven te vinden waarin ze veel liefde ervaarde. Ze kon zich zo’n moment herinneren.

Ik vroeg haar welke kleur dat gevoel had als ze het een kleur zou geven. Bij haar was dit blauw. 

“Dan vind je een manier om die blauwe kleur te zenden naar die persoon…”

Ik gaf haar even de tijd en vroeg toen of hij die blauwe kleur van liefde aannam. Dat was het geval.

“Oké, heel goed. Nou, dan vult hij helemaal op met die blauwe kleur… Je ziet hem ook glimlachen vol met liefde… en je schuift hem naar die plek en je schuift hem naar een plek waar hij zich prima voelt en waar jij je prima voelt… en wanneer je bij die plek bent klik je hem daar vast… Hij lekker in die blauwe kleur… en als het helemaal goed is en je hebt het allemaal een beetje schoongemaakt… In de zin van soort van energetisch, of gewoon de plek waar die eerst was is weer vrij, dan doe je je ogen open en dan ben je er weer.”

Ze had even moeite met het openen van haar ogen. Ik gaf aan dat dit klopt, want ze kunnen pas open als je hebt gedaan wat de suggestie zei. Ik vroeg haar hoe het nu voelde als ze aan die persoon dacht. 

Het voelde lichter, maar ze voelde nog wel iets bij haar nek. Alsof iemand haar bij de keel pakt. Toen ik vroeg wie dat dan was, dan was dat toch nog die man. 

Toen vroeg ik haar wat hij nodig had om los te laten. 

Charlotte: “Vrijheid”

Ik gaf haar de suggestie om weer haar ogen te sluiten en om in haar herinneringen te zoeken naar een moment waarin ze zich ultiem vrij voelde. Om dit gevoel helemaal in haar lichaam te voelen. Dat gevoel een kleur te geven en om ook die kleur naar hem toe te zenden. 

In dit geval was het een witte kleur. Die kon ze naar hem toezenden. Net zo lang tot hij die grip losliet en gewoon lekker weer bij zichzelf is. “Hij is vrij, hij mag vrij zijn. Helemaal prima. Hij staat gewoon lekker op die plek, en die hand is weg. Je gaat net zo lang door, totdat dat zo is. Wanneer het klaar is, doe je je ogen open en ben je weer hier.”

Hiervoor nam ze weer even de tijd. Ze had weer moeite om haar ogen open te doen en was ongeduldig om dit voor elkaar te krijgen.

Ik gaf haar aan dat wat voor haar heel lang duurde, bij mij helemaal niet lang duurde. Het lijkt voor de cliënt vaak lang, maar het valt echt mee.

Toen ik vroeg wat er nu gebeurde als ze eraan dacht, gaf ze aan dat het rustiger voelde en meer bevrijd.

Het vurige gevoel had ze nog wel een beetje, maar het was in ieder geval minder geworden.

Verwonderen

Als je erover nadenkt, is het best bijzonder dat als je iemand aan de kant zet ook het vurige gevoel vermindert. Dus net als een superheld was ze het aan het omvormen als iets krachtigs. Dit zei ik en ik zei:

“Ik ken je niet persoonlijk, maar je komt op me over als een vurig type.”

Daar was ze het mee eens.

“Je hebt veel verschillende type mensen. Gevoelig, watertype en dergelijke. Ook combinaties daarvan. Zweveriger, luchtig. Die heb je ook. Hoe zou je jezelf typeren?”

Charlotte vond zichzelf inderdaad wel vurig en met pit. Tegelijkertijd vond ze het belangrijk dat ze aarde, anders kon ze zomaar wegvliegen.

Toen kon ik haar de suggestie geven dat je van de juiste mengeling aarde (zand) en vuur het hardste metaal kunt maken. Dat is een mooie metafoor. Je wilt niet dat het vuur je verschroeit, maar je wilt het ook niet dempen met aarde. Als je precies de juiste mengeling hebt, ga je als een raket. 

Met die gedachte kon ze zich voorstellen dat het vuur in rook opging. Net als hoe die vorige relaties in rook waren opgegaan. Ze had ook veel geleerd, zodat ze niet weer metaforisch gezien bij de keel gegrepen zou worden. 

Nu voelde ze toch weer een hand, maar van iemand anders.

Toen kon ik aangeven: “Blijkbaar laat jij je steeds grijpen op de een of andere manier. Het is dan wel handig om voor jezelf te bedenken: Wat is het in mij dat ik me zo laat grijpen? Wat maakt nu dat ik mensen uitkies, misschien andere relaties, misschien hoe je bent opgegroeid, misschien andere ervaringen dat je mensen uitkiest die willen bepalen wat jij voelt en je dan zo bij de nek grijpen (figuurlijk)?

Misschien ben je zo opgegroeid. Ik weet het niet, maar ergens is er een patroon ontstaan dat je mensen om je heen verzameld die je toch grijpen.”

Dit idee herkende ze wel. In haar  gedachten kwamen er ook mensen voorbij. Daar was ze wel klaar mee. Toevallig waren het drie mensen en in de opleiding van het Hypnose Instituut Nederland zeggen we dat er bij drie keer een patroon is.

Ik vroeg haar wat nu de rode draad is bij die mensen? Wat zijn dat voor mensen en wat zorgt er nu voor dat ik deze mensen heb toegelaten? Wat is dat in mij wat die mensen opvulden?

Bij haar kwam “geluk” op. Dus ik kon haar alvast de zin van de week geven:

“Geluk kan je nooit buiten jezelf vinden. Je vindt het niet in de buitenwereld, want je bent het en je kunt niet vinden wat je bent.”

Hier was ze het helemaal mee eens. 

Hiërarchie als het echte probleem

Ik vroeg nog even door of er nog wat anders was. 

Dat vond ze interessant, want ze moest ook denken aan status. 

Dat vond ik ook interessant. Want veel mensen worden gedreven door status, macht of begeerte. Veel mensen zeggen dit niet, terwijl het onbewust echt iets is. 

Het is heel mooi als je in het begin van een relatie tegen iemand opkijkt, maar op gegeven moment ben je gelijkwaardig en dan kan het tegenvallen. 

Dit vond ze ook heel herkenbaar. 

Ik ging er even op door dat veel mensen in het begin hun partner hoger positioneren dan zichzelf. Dat liefde blind maakt, komt vaak door die hogere positie. 

Ik vroeg haar om zich voor te stellen dat ze al die mensen op ooghoogte voor haar neer zou zetten. “Ook niet naar beneden, dat je erop neer kunt kijken. Dat kan ook dat je juist andersom gaat doen. Zet ze ook op een afstand buiten je cirkel van invloed. Om je heen maak je het vrij, tenminste als je geen relatie hebt, achter je wil je gesteund worden. Dat kan door je vader, moeder… Opa en oma zou ook tof zijn. Dan voel je je gesteund en zeker. Zo van: Ik mag er zijn. Ik ben oké. Dan zie je iedereen zoals hij is. Met zijn talenten, ambities en wie lekker bezig is, maar ook dat die ander net als ik iemand is met problemen. 

Als je daar nu zo mee bezig bent, wat gebeurt er nu?”

Haar ouders stonden achter haar met de handen op haar schouders. Daarachter haar voorouders. Ze maakte het voor haar ook schoon en vrij. Voor haar voelde dit heel bevrijdend. 

Ze vond de gelijkwaardigheid ook een belangrijke waarde.

Dat is ook zo, maar wat wij mensen vaak doen is toch onbewust een hiërarchie creëren. In sommige situaties is dat ook handig. Daarmee verdwijnt de gelijkwaardigheid niet, maar het is soms handig. Zoals dat een supermarkt een filiaalmanager heeft. Dat is dan de top-dog.

Toen ik dat zei, ging ze eigenlijk helemaal verkeerd en ontstond er een discussie. Over welk werk managers moeten doen. Die onlogica kon ik laten zien met het voorbeeld van Elon Musk. Moet hij dan de Tesla’s helemaal zelf in elkaar zetten om het goede voorbeeld te geven? 

Dat hoefde dan ook weer niet.

Het punt is dat iedereen zijn rol heeft. Je bent niet minder dan je baas, maar er is een hiërarchie. Iedereen heeft een rol en een bepaalde verantwoordelijkheid. Als iedereen die rol accepteert, gaat het prima. Want als je die vakkenvuller-rol niet accepteert, dan ga je gewoon wat anders doen.

Je hoeft ook niet in een relatie te blijven die niet werkt, maar ja, je accepteert de rol. 

Ik kan ook zeggen dat al mijn kinderen gelijkwaardig zijn. Ze mogen precies hetzelfde doen als ik doe. Dat wordt dan een zooi. Als ik autorij, mag mijn kind ook rijden. Dan waren we nu allemaal dood.

Dus in sommige situaties werkt gelijkwaardigheid prima en in andere situaties is een hiërarchie handiger.

Maar dan kijk je niet gelijk tegen die “hogere” op. Ik kan iemand natuurlijk wel bewonderen om de vaardigheden, zoals Elon Musk. 

Dit vond ze interessant en hieruit kon ik concluderen dat hiërarchie voor haar toch wel een dingetje was. Ik vatte samen dat ze wel tegen mensen opkeek, maar niet van hiërarchie hield. Daar had ze weer een hekel aan. Dit beeld herkende ze.

Dan kreeg ze toch het gevoel van onderdrukking. Ik gaf aan dat dat wellicht aan het vrouw-zijn lag. Vrouwen worden immers door de hele geschiedenis al onderdrukt. Ook in de Bijbel worden de mannen vaak bij naam genoemd en dan opeens “en zijn vrouw”, nou lekker is dat. Alleen voor de tijd van de bijbel had je ook hoge priesteressen. Toen had je dat helemaal niet. 

Nu heb je weer mannen die zich identificeren als vrouwen, maar die gaan dan eigenlijk ook weer vrouwen onderdrukken. In de sport zie je dat bijvoorbeeld. 

Maar het is belangrijk om je te beseffen dat dat niets met jou te maken heeft. Dus dat gevoel mag je loslaten. Die verhaallijn van de onderdrukte vrouw mag je loslaten.

En als je dan in de winkel loopt en je ziet die filiaalmanager, dan ben je alleen maar blij dat hij dat doet en jij niet. Dan kijk je niet tegen hem op, maar bewonder je dat hij dat werk doet. Je bewondert iemand om de vaardigheden en je bent blij dat je dat zelf niet hoeft te doen. 

Dit gaf ik ook allemaal aan in de suggestie die ik Charlotte gaf. Dat je mensen ook kunt bewonderen, zonder tegen ze op te kijken. Ze was blij met die suggestie dat voelde al een stuk beter. 

Ik ging nog even door om het goede gevoel nog meer te versterken:

“Moet je voorstellen: Als wij allemaal één zouden zijn… Stel je voor dat dat zo is. Allemaal één en we hebben allemaal een rol te spelen. Dan ben je toch blij dat al die andere mensen die rollen pakken. Je moet er toch niet aan denken als je ziet welke rol mensen soms spelen dat jij dat was. 

Dan denk ik echt heel vaak “Oh, wat ben ik blij dat jij deze rol hebt gepakt man. Echt top. Ik hou van je, top… Want ik vind het echt een k* rol eigenlijk.””

Ik vroeg haar hoe het nu voelde. Ze voelde zich nu wel rustiger. Haar armen en rug voelden weer minder vurig. Ze hoopte ook dat het zo zou blijven. 

Met heel veel pijnen die geen duidelijke oorzaak hebben, en waarbij artsen fysiek niets kunnen vinden of er niets aan kunnen doen, is er vaak toch nog wat aan te doen, doordat pijn van het brein is. 

Het brein doet het dan eigenlijk. Die zegt dan dat er een vurig gevoel is. Dan kun je je ook bedenken dat je er water overheen gooit of iets dergelijks. Je kunt dan van alles doen met je brein. 

Dit gaf ik haar aan en ze kon zich dit ook visualiseren. Toen gaf ze ook aan dat ze ooit een ongeluk had gehad, maar dat ze toen in het moment bleef en zelf heel goed kon bedenken wat ze kon doen voor haar brein. Ze had veel klassieke muziek geluisterd. Dus ergens kon ze zich al voorstellen wat haar brein allemaal kon en wat ze kon doen om zichzelf te herprogrammeren. 

Ik gaf haar nog wat voorbeelden over hoe ze met haar gedachten zichzelf kon aarden en het vurige gevoel kon wegnemen. Dit voelde allemaal heel ontspannen voor haar. Dat alles niet zo vurig hoefde te zijn en ze niet overal naar hoefde door te knallen. Juist even lekker niets.

Haar lichaam voelde ook rust en relaxter. Haar armen hadden ook minder het gevoel van vuur.

Toen kon ik haar nog de posthypnotische suggestie geven. Een posthypnotische suggestie helpt om ook na de behandeling het onderbewuste te laten werken:

“Ja, het wordt steeds minder en wordt allemaal steeds minder, omdat je nu steeds meer manieren hebt gevonden om daarmee om te gaan.  Of om mee om te gaan, om het zelf op te lossen… en ook vannacht als je slaapt en droomt, gaat dit gewoon door… Want je zult merken… Ja, morgen wanneer je opstaat, denk je “he springen, misschien maar gewoon de uitstappen”. Je denkt: het lijkt wel beter… oh, interessant…  Ja, want iets wat natuurlijk jaren al zo is, dat heeft even tijd nodig voordat het helemaal eruit is gewerkt… En dat is nu aan het gebeuren ja, dus dat.”

Daarna voelde alles eigenlijk heel goed en werd ik door Charlotte bedankt.

Bekijk hier de hele sessie.


Wil je net als ik mensen helpen met hypnose? Kom dan eens naar een gratis online masterclass.

Of  schrijf je eens in voor een van onze opleidingen.


Bronnen:

[1] https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/1078390319835604