Hyperalertheid (hypervigilantie): waarom je zenuwstelsel altijd “aan” staat
16 januari 2026 
in Stress
7 min. leestijd

Hyperalertheid (hypervigilantie): waarom je zenuwstelsel altijd “aan” staat

Sommige mensen leven alsof er voortdurend iets kan gebeuren, ze zijn hyperalert. Niet omdat ze drama zoeken, maar omdat hun systeem dat zó ervaart. Ze horen elk geluid. Ze schrikken sneller. Ze willen altijd overzicht hebben. Ze zijn vaak moe, maar slapen licht. En zelfs als ze eindelijk op de bank zitten, voelt het alsof er intern nog steeds iets aan het werk is.

Dat fenomeen noemen we hyperalertheid, in de wetenschap vaak hypervigilantie genoemd. Je brein en lichaam scannen dan voortdurend op dreiging, zelfs als er rationeel geen directe reden is om alert te zijn.

Het is belangrijk om meteen iets helder te maken: hyperalertheid is meestal geen bewuste keuze en zeker geen zwakte. Het is een overlevingsmechanisme dat ooit nuttig was, maar te lang is blijven hangen.

In dit blogartikel kijken we naar hoe hyperalertheid kan ontstaan, wat het doet met lichaam en geest, wat je er zelf aan kunt doen en hoe hypnose of hypnotherapie kan helpen om je systeem weer te leren schakelen naar rust.

Wat is hyperalertheid precies?

Hyperalertheid betekent dat je zenuwstelsel in een staat van verhoogde paraatheid staat. Je brein heeft als het ware de dreigingknop hoger gezet. Daardoor neem je sneller prikkels waar en geef je ze ook sneller betekenis.

Een deur die dichtvalt voelt niet als “een deur”, maar als iets wat je systeem moet registreren. Een opmerking van iemand voelt niet als een losse zin, maar als iets wat je moet analyseren. De stilte in een kamer voelt niet als rust, maar als een ruimte waarin iets kan gebeuren.

Veel mensen denken bij hyperalertheid aan “overdenken”, maar dat is vaak slechts de bovenlaag. Hypervigilantie heeft een sterke fysiologische component. In onderzoek is gevonden dat mensen met traumagerelateerde hypervigilantie in rust al andere patronen laten zien in verbindingen van de amygdala, een hersengebied dat betrokken is bij dreigingsdetectie.

Daarnaast werd ook gekeken naar basale sympathische activatie, dus het stressgedeelte van het autonome zenuwstelsel dat je lichaam klaarzet voor actie. Dat betekent: het systeem staat al hoger afgesteld voordat er überhaupt iets gebeurt[1].

Hyperalertheid is dus niet alleen “psychisch”. Het is een toestand waarin het brein en het lichaam structureel samenwerken om potentiële dreiging sneller waar te nemen.

Hoe kan hyperalertheid ontstaan?

Hyperalertheid ontstaat meestal niet zomaar. Vaak is er een periode in iemands leven geweest waarin alertheid functioneel was. Het zenuwstelsel leert namelijk op basis van ervaring. Wanneer je vaak stress, spanning of onveiligheid hebt meegemaakt, dan gaat je lichaam zich daarop instellen.

Dat hoeft niet altijd een “groot” trauma te zijn. Natuurlijk kan hyperalertheid ontstaan na heftige gebeurtenissen zoals geweld, misbruik, een ongeluk, oorlogservaringen of een ernstige medische situatie. Maar het kan ook ontstaan door langdurige onvoorspelbaarheid.

Bijvoorbeeld opgroeien in een gezin waarin je nooit wist hoe de sfeer zou zijn. Of jarenlang werken onder druk, zonder herstel. Of leven in relaties waarin je je emotioneel niet veilig voelt, of waarin grenzen constant overschreden worden.

Wat er dan gebeurt, is simpel maar diepgaand: je lichaam leert dat ontspanning gevaarlijk kan zijn. Niet omdat ontspanning op zichzelf gevaarlijk is, maar omdat ontspanning betekent dat je “niet oplet”.

En als er in jouw geschiedenis momenten zijn geweest waarin “niet opletten” leidde tot pijn, schaamte of dreiging, dan kiest je systeem liever voor een constante lichte stressstand. Het voelt dan veiliger om altijd voorbereid te zijn.

In onderzoek rond hypervigilantie bij angststoornissen zie je dit ook terug. Hyperalertheid wordt dan niet alleen gericht op de buitenwereld, maar ook op sociale signalen: gezichten, lichaamstaal, stiltes, kleine veranderingen in toon.

Mensen met sociale angst worden bijvoorbeeld extra gevoelig voor cues die kunnen wijzen op afwijzing. Dat maakt contact niet ontspannen, maar een soort mentale “scan”[2].

Een andere belangrijke route is chronische pijn. Bij sommige pijnklachten raakt het brein gewend om continu het lichaam te monitoren. Dan wordt het pijngebied een soort “bedreigingszone” die constant gecheckt moet worden.

Een interessante link is onderzoek bij kaakklachten (TMD), waarin onder meer gekeken werd naar hypervigilantie, pijnervaring en bewegingsangst. Het laat zien hoe alertheid en lichamelijke spanning elkaar kunnen versterken[3].

Wat doet hyperalertheid met lichaam en geest?

Hyperalertheid is niet alleen vermoeiend. Het heeft invloed op vrijwel alles: slapen, focus, emoties en zelfs je spieren en hormonen. Het probleem is dat het lichaam niet gemaakt is om langdurig in “aan-stand” te leven.

Het stresssysteem is bedoeld voor korte pieken van actie, gevolgd door herstel. Maar bij hypervigilantie blijft die piek gedeeltelijk actief, soms dagen, weken of zelfs jaren.

Op lichamelijk niveau zie je vaak een constante spierspanning. Veel mensen merken het in de nek en schouders, in kaken of in de buik. Het lichaam houdt zich letterlijk klaar. Soms zie je ook ademhaling die hoog en oppervlakkig is.

Dat is geen toeval: snelle ademhaling past bij actie, niet bij rust. Het gevolg is dat je lichaam continu signalen krijgt die zeggen: “We moeten opletten.”

Op mentaal niveau leidt hyperalertheid vaak tot overdenken, omdat het brein controle probeert te houden. Als je lichaam spanning voelt, zoekt je hoofd naar redenen. Dat kan zich uiten in piekeren, analyseren, herhalen van gesprekken, vooruitdenken, worst-case scenario’s. Sommige mensen raken daardoor ook sneller geïrriteerd, omdat het stresssysteem al “vol” zit. Kleine prikkels kunnen dan voelen als een extra last die niet meer past.

Een opvallend effect is ook dat hyperalertheid vaak de concentratie schaadt. Dat klinkt gek, want mensen zijn juist scherp. Maar hypervigilantie is een brede vorm van aandacht. Je focus staat niet diep op één taak, maar breed open in de omgeving.

In studies naar alertness en attention wordt dit onderscheid zichtbaar gemaakt: waakzaamheid kan hoog zijn, terwijl diepe taakfocus juist slechter wordt (bron 2).

En dan is er slaap. Hyperalertheid en slaap gaan slecht samen. Je lichaam kan pas echt slapen wanneer het signalen van veiligheid ontvangt. Daarom slapen mensen met hypervigilantie vaak licht en schrikken ze sneller wakker. Niet zelden begint de dag dan al met een soort intern “alarmgevoel”.

Waarom hyperalertheid zichzelf in stand houdt

Het moeilijke aan hyperalertheid is dat het zichzelf versterkt. Hoe langer je systeem aanstaat, hoe gevoeliger je wordt. Je raakt sneller overprikkeld en daardoor krijgt je brein weer bevestiging dat de wereld “veel” is. Je prikkelbaarheid groeit, je herstel zakt, en dat geeft opnieuw input aan je stresssysteem.

Daarbij is hyperalertheid vaak een mengvorm van angst, controle en gewoonte. Het systeem is als een spier geworden die steeds aanspant. Veel mensen herkennen dat: zelfs op vakantie lukt ontspannen niet direct, omdat het zenuwstelsel de rust niet vertrouwt.

In brede literatuur over hypnose en safety suggesties wordt hypervigilantie juist genoemd als een toestand waarin veiligheid moeilijk toegankelijk is, terwijl het lichaam daar wel enorm naar verlangt. Het interessante is dat veiligheid niet alleen een gedachte is, maar een lichamelijke toestand die geactiveerd moet worden[4].

Wat kun je doen tegen hyperalertheid?

De belangrijkste stap is begrijpen dat hyperalertheid niet verdwijnt door harder je best te doen. Integendeel: wanneer je je hyperalertheid “weg wilt hebben”, maak je het vaak erger, omdat je lichaam opnieuw leert dat er een probleem is dat opgelost moet worden.

Daarmee houd je de controlespanning in stand.

Wat wel helpt, is werken aan zenuwstelselregulatie. Dat betekent niet dat je nooit meer alert bent. Het betekent dat je lichaam weer leert schakelen tussen actie en rust. Flexibiliteit dus.

Een belangrijke eerste stap is het labelen van wat er gebeurt. Niet in de vorm van een diagnose, maar in de vorm van erkenning.

Wanneer je merkt dat je systeem aan staat, kun je jezelf rustig vertellen: dit is hyperalertheid. Mijn lichaam doet dit om mij te beschermen. Die erkenning kan al stress verlagen, omdat je brein minder hoeft te zoeken naar oorzaken.

Daarna is het essentieel om veiligheid lichamelijk aan te bieden. Bijvoorbeeld via ademhaling.

Langzame uitademing geeft het parasympathische zenuwstelsel een signaal dat de situatie veilig is. Je hoeft daarvoor geen ingewikkelde oefeningen te doen. Alleen al iets langer uitademen dan inademen helpt vaak om de stressrespons te dempen.

Ook routine is belangrijk. Een hyperalert systeem houdt van voorspelbaarheid. Een vaste avondroutine, minder schermen laat, een vast ontprikkelmoment, voldoende eten en drinken.

Het lijken simpele dingen, maar ze geven je zenuwstelsel iets wat het vaak lang gemist heeft, namelijk betrouwbaarheid.

Daarnaast werkt het goed om triggers niet te bestrijden, maar opnieuw te koppelen aan veiligheid. Als je bijvoorbeeld schrikt van geluiden, dan heeft je lichaam geluid gekoppeld aan dreiging.

Dan is de oplossing niet om geluid te vermijden voor altijd, maar om je systeem stap voor stap te laten ervaren dat geluid kan bestaan terwijl jij oké blijft. Dat kan via exposure, maar ook via therapievormen zoals hypnose.

De rol van hypnose bij hyperalertheid

Hypnose is bijzonder interessant bij hyperalertheid omdat het precies werkt op het omgekeerde mechanisme. Hypervigilantie is brede, verspreide aandacht: je systeem scant alles. Hypnose is juist een staat van gerichte aandacht met verminderde perifere awareness, zoals in de wetenschappelijke definitie wordt beschreven (bron 4).

Wat hypnose krachtig maakt is dat het niet alleen inzicht geeft, maar een ervaring van veiligheid kan oproepen. Veel mensen met hyperalertheid kúnnen rationeel wel bedenken dat ze veilig zijn, maar voelen het niet.

Hypnose kan die brug slaan, doordat het zenuwstelsel tijdens trance toegang krijgt tot andere regulatiestanden.

Onderzoek laat zien dat veiligheidssuggesties in hypnose kunnen leiden tot meetbare afname van angst, en dat post-hypnotische cues (zoals een “veiligheidsanker”) zelfs weken later nog effect kunnen hebben.

Dat is relevant, omdat hyperalertheid vaak een gewoonte is geworden die je niet met één gesprek verandert, maar wél met hertraining van responsen (bron 4).

Hypnose kan ook helpen om automatische stresspatronen te herprogrammeren. Veel hyperalertheid zit vast aan overtuigingen zoals “ik moet opletten”, “ik ben verantwoordelijk”, of “als ik ontspan, gaat het mis”.

In hypnotherapie kun je die overtuigingen niet alleen bespreken, maar ook veranderen op gevoelsniveau, omdat het brein in trance anders reageert op suggestie en verbeelding.

Interessant is dat onderzoek naar hersennetwerken laat zien dat trance/hypnose samenhangt met veranderingen in regulatieprocessen, die belangrijk zijn voor stress en aandacht. Dat sluit aan bij waarom hypnose effectief kan zijn voor mensen die moeite hebben met loslaten[5].

Tot slot: hyperalertheid is een beschermstand, geen persoonlijkheid

Hyperalertheid is vaak het bewijs van iets dat je brein ooit goed heeft gedaan. Het heeft je geholpen om te anticiperen. Om controle te houden. Om pijn te voorkomen. Om voorbereid te zijn.

Maar wat ooit bescherming was, kan later een gevangenis worden. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je zenuwstelsel geen automatische uitknop heeft gekregen.

Het herstel begint niet met jezelf pushen, maar met leren dat veiligheid niet iets is dat je moet verdienen. Veiligheid is een toestand die je zenuwstelsel opnieuw mag gaan herkennen. En daarin kunnen adem, routine, therapie, lichaamswerk en hypnose elkaar heel krachtig aanvullen.

Hypnose leren

Hypnose leren, alleen de hypnotische staat, op zich helpt je al om meer in de ontspanning te komen. Stel je eens voor hoe dat zou zijn als je dan ook nog therapie toevoegt en als je mensen ermee kunt helpen.

Kom eens naar onze gratis masterclass voor een kennismaking.

Of schrijf je in voor een van onze evenementen en opleidingen.

Heb je een vraag over de opleiding? Plan hier een 1-op-1 gesprek.

Bronnen:

Over de schrijver
Edwin Selij is eigenaar en oprichter van Hypnose Instituut Nederland en geeft trainingen in Hypnose. Hij is auteur van de boeken 'Je hebt het niet je doet het' en 'Breek Je Vrij!' en komt regelmatig op radio en TV om te praten over hypnose. Hij is de nummer 1 Hypnose Trainer van Nederland en geeft al jaren hypnose trainingen. Hij was de eerste in Nederland die moderne hypnotherapie via livestream ging onderwijzen.
Reactie plaatsen