Laatst zat ik aan mijn bureau en ik keek eens om me heen. Ik pakte een stift op. Ik keek ernaar en ik dacht: dit is een stift. Simpel. Het is tastbaar, het heeft een kleur, een dop, en als ik ermee op een whiteboard schrijf, laat het een spoor achter. Dit is een ding. Een écht ding.
Daarna keek ik naar mijn telefoon. Ook een ding. Je kunt hem laten vallen, er zit een scherm op, en als hij leeg is, doet hij het niet meer. Mijn computermuis? Precies hetzelfde verhaal. Het is een object. Je kunt het vastpakken, in je hand wegen en (als je zou willen) in een kruiwagen gooien.
Dit zijn stuk voor stuk concrete zaken waar we met z’n allen vrij snel over uit zijn. Er is weinig ruimte voor discussie over wát het is.
Maar toen dacht ik verder. Want in mijn praktijk, in mijn opleidingen en in het dagelijks leven hoor ik mensen de hele dag praten over héél andere soorten 'dingen'.
"Edwin, ik mis de motivatie." "Ja, maar Edwin, er is gewoon geen veiligheid meer." "Ik zit vast in de verwarring." "Als ik nou eindelijk die inspiratie weer had, dan..."
En dan moet ik altijd een beetje lachen. Want ik wil dan meteen vragen: "Laat me die motivatie eens zien dan? Waar ligt die? Kun je het me even aangeven? Heeft het een kleur? Kunnen we het in diezelfde kruiwagen leggen?" Het antwoord is natuurlijk: nee. Motivatie, veiligheid, inspiratie, schoonheid, of de norm... het zijn helemaal geen dingen.
Het zijn abstracties. Woorden. En toch behandelen we ze alsof het massieve, onverplaatsbare objecten zijn die plotseling midden in onze weg staan. We laten ons er compleet door hypnotiseren. We praten onszelf vast in een probleem dat in de fysieke realiteit niet eens bestaat.
Hoe zijn we in hemelsnaam in deze collectieve hypnose beland? En veel belangrijker: hoe breek je eruit, zodat je weer beweging krijgt in je leven? Laten we daar eens diep in duiken.
Bekijk de video:
De grote verwarring uit je jeugd
Om te begrijpen waarom we dit doen, moeten we even terug in de tijd. Je moet je voorstellen: je bent een kind. Je bent klein, je brein is een spons en je bent de wereld aan het ontdekken. Je leert hoe de realiteit in elkaar steekt door te kijken naar je vader en je moeder.
Je vader wijst naar de tafel en zegt: "Kijk, kleine Johny, dit is een stift." Jij kijkt naar dat plastic buisje met die dop en je denkt: Oké, helder. Dat snap ik. Alles wat hierop lijkt, is een stift. Een pen is ook zoiets, maar die is dunner. Check. Weer wat geleerd.
Volgende dag. Je moeder wijst naar een apparaatje op tafel. "Kijk, dit is een telefoon." Jij denkt: Oké, top. Kan ik ook onthouden. Dan wijst ze naar dat ding naast de computer. "En dit is een muis." Nu raak je misschien héél even in de war, want je dacht dat een muis dat kleine, grijze beestje was dat 'piep piep piep' doet in de schuur. Maar je corrigeert het snel in je hoofd: Oké, dit is de muis voor de computer. Ik snap het.
Tot zover gaat het fantastisch. Je leert de materiële wereld categoriseren. Maar dan gebeurt er iets geks. Je ouders beginnen ineens woorden te gebruiken die precies dezelfde grammaticale vorm hebben (het zijn ook zelfstandige naamwoorden), maar die je nergens kunt aanwijzen.
Je vader kijkt streng en zegt: "Het is heel belangrijk, kleine Johny, dat je je aan de regels houdt." Jij kijkt om je heen en denkt: De regels? Even kijken... Eh, waar liggen die dan? Onder de bank? In de kast? Waar zijn die regels?
Of je moeder zegt tijdens het avondeten: "Ja, want de norm in ons gezin is dat we ons bord leegeten." Jij denkt: De norm? Wat is de norm? Oeh, dat klinkt gewichtig. Maar waar is het? Ik kan het nergens vinden. Ik moet het blijkbaar helemaal zelf uitzoeken en interpreteren.
Of wat dacht je van deze klassieker uit de moderne psychologie: "Het is goed om de boosheid te uiten." En jij als kind denkt: De boosheid? Waar zit dat 'boosje' dan in mijn lichaam? Is het een orgaan? Is het een ding dat ik eruit kan trekken en op tafel kan leggen?
Zie je wat hier gebeurt? Vanaf onze vroegste jeugd worden we compleet in de war gebracht. We leren dat woorden als 'stift', 'telefoon' en 'muis' wezenlijke dingen zijn. En vervolgens plakken we exact dezelfde logica op woorden als 'de norm', 'de boosheid', 'de verwarring' of 'de veiligheid'. We gaan ervan uit dat het 'dingen' zijn. Maar dat zijn het niet. Ze zijn vloeibaar. Ze zijn extreem interpretabel.
Wat is een nominalisatie? (En de kruiwagen-test)
In de taalkunde en de NLP (Neuro-Linguïstisch Programmeren) hebben we hier een prachtige term voor. We noemen dit een nominalisatie. Een nominalisatie is in feite een taalkundige truc: het is een werkwoord of een proces dat is bevroren en veranderd in een zelfstandig naamwoord[1]. Het is een ding maken van iets wat eigenlijk een actie of een ervaring is.
Ik gebruik altijd een heel simpele test om te kijken of we met een echt ding te maken hebben of met een nominalisatie: de kruiwagen-test.
Kan het in een kruiwagen?
- Een stift? Ja, hup, erin.
- Een telefoon? Ja hoor.
- Een huis? Nou, theoretisch gezien, met een héle grote kruiwagen, zou je de bakstenen ervan kunnen vervoeren.
- Het universum? Als we heel filosofisch worden, kun je dat als een soort ultieme container ook nog wel visualiseren.
Maar hoe zit het met de veiligheid? Kun je een kilo veiligheid in je kruiwagen scheppen en naar de buren brengen? Kun je een doosje aandacht bestellen? Kun je de verwarring opvegen met stoffer en blik? Kun je motivatie of inspiratie in de koelkast zetten, zodat het niet bederft?
Nee. Het lukt niet. Omdat het geen dingen zijn.
En dat is precies de reden waarom er zoveel ruzie en miscommunicatie in de wereld is. Over die stift hoeven jij en ik niet lang te discussiëren. We kunnen erover twisten of je de kleur mooi vindt, of dat hij lekker schrijft, maar over het ding zelf is weinig discussie. Dit is een stift. Punt.
Maar als we het hebben over 'de veiligheid'? Oef. Dan begint de ellende. Want jij hebt daar heel andere criteria voor dan ik. Voor jou betekent veiligheid misschien wel dat er meer blauw op straat moet komen, wat dat dan ook exact mag betekenen.
Of misschien vind jij wel dat er een heleboel mensen het land uit moeten: "Hup, iedereen eruit, dán is er weer de veiligheid die we allemaal willen!" Terwijl veiligheid voor een ander juist betekent dat de grenzen open zijn, of dat er financieel goed voor iedereen gezorgd wordt.
Iedereen heeft een compleet eigen interne definitie van zo'n woord. Waarom? Omdat 'de veiligheid' geen ding is dat autonoom in de buitenwereld bestaat. Het is een volstrekt hypnotisch woord. Het klinkt alsof we het over hetzelfde hebben, maar we praten allemaal over onze eigen interne film.
Politici over de hele wereld maken hier dankbaar gebruik van[2].
De hypnose van het 'Probleem'
Dit brengt ons bij de kern van het verhaal. Want waar gaan we het allermeest mee de mist in? Juist: met het woord 'het probleem'.
Mensen komen ontzettend vaak naar mij toe en zeggen: "Edwin, ik heb een groot probleem." En ze kijken er dan bij alsof er een loodzware granieten rotsblok op hun schouders rust. Ze behandelen 'het probleem' als een ding dat vastzit, als een onwrikbaar object dat in hun weg staat en dat eerst door mij kapotgeslagen moet worden voordat ze verder kunnen met hun leven.
Maar als je de kruiwagen-test toepast, snap je het al: het probleem bestaat helemaal niet als ding. Het is een nominalisatie. Je kunt 'het probleem' niet vastpakken.
Wanneer je dat eenmaal écht doorbreekt en snapt, opent zich de deur naar enorme vrijheid. Want als iets geen ding is, dan kun je het gaan ontleden naar hoe het wél in elkaar zit. Een nominalisatie komt namelijk altijd ergens vandaan. Grofweg vallen ze in twee categorieën:
- Nominalisaties vanuit een staat (een gevoel): Zoals 'de veiligheid' die voortkomt uit je veilig voelen, of 'het probleem' dat vaak voortkomt uit je angstig voelen of in de war voelen.
- Nominalisaties vanuit een werkwoord (een actie): Zoals 'de motivatie' die voortkomt uit het werkwoord motiveren, of 'de inspiratie' die voortkomt uit inspireren.
Wat gebeurt er als je vastzit in een nominalisatie? Je zet jezelf letterlijk klem. Als jij gelooft: "Ik heb geen motivatie", dan behandel je motivatie alsof het een soort brandstof is die toevallig vandaag niet geleverd is. Je zit op de bank te wachten tot het 'ding' motivatie magisch aan de deur bezorgd wordt. Nou, ik kan je één ding garanderen: je zal het nooit krijgen ook. Want er ís geen pakketje onderweg. Het is geen ding!
De bevrijding: Maak er weer een werkwoord van!
Hoe kom je nu uit die hypnose? Hoe los je een probleem op dat geen ding is?
De truc is om de nominalisatie terug te bewegen naar waar hij vandaan kwam. Je moet er weer een staat of een werkwoord van maken. Je moet van statisch bezit naar dynamische actie. Je hebt het niet, je doet het.
Waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Omdat een werkwoord je onmiddellijk meer mogelijkheden en opties geeft. Een ding kun je alleen maar lijdzaam incasseren of proberen te verplaatsen, maar een werkwoord kun je beïnvloeden.
Kijk maar eens naar het verschil:
De veiligheid als ding bestaat niet. Maar je veilig voelen wel. Als we de vraag veranderen van "Hoe krijgen we de veiligheid terug?" naar "Oké, hoe kan jij jezelf op dit moment meer veilig voelen?", dan gebeurt er iets. Dan ga je naar het werkwoord voelen. Daar heb je plotseling wel ideeën bij. Daar kun je invloed op uitoefenen. Je kunt je ademhaling veranderen, je kunt je herinneren aan een moment dat je je wél veilig voelde, je kunt je focus verleggen.
Hetzelfde geldt voor dat zogenaamde 'probleem'. Als je snapt dat het geen ding is, kun je jezelf de vraag stellen: "Wat ben ik hier nu eigenlijk precies aan het doen? Ik voel me blijkbaar op een bepaalde manier." Oké, je gaat naar het werkwoord voelen.
En als je iets aan het voelen bent, kun je ook leren om iets anders te gaan voelen. Dat zeg ik niet omdat het supermakkelijk is (dat is het vaak niet direct) maar het is wel duizend keer makkelijker dan het veranderen van een ding dat in de basis niet eens bestaat!
Of neem die frustratie van: "Ik heb geen inspiratie." Als we dat terugbrengen naar het werkwoord, dan wordt de vraag ineens: "Oké, hoe inspireer jij jezelf eigenlijk op dit moment? Of hoe laat jij jezelf inspireren? Wat doe je om die stroom op gang te brengen?"
Merk je het verschil in die vragen? Het zijn geen passieve vragen meer over wat je wel of niet 'hebt'. Het zijn doen-vragen. Hoe kan ik het doen? Hoe kan ik me anders voelen? Er komt direct weer beweging in de zaak.
En ja, 'de beweging' is natuurlijk strikt genomen ook weer een nominalisatie, dat snap je nu inmiddels wel, hè? Maar je snapt wat ik bedoel: het beweegt meer. Er zit actie in. En precies die verschuiving gaat je helpen om onmiddellijk uit de hypnose te stappen van al die dingen die helemaal niet bestaan.
Ruimte in je hoofd (en die bestaat ook niet)
Wanneer je stopt met het vastmetselen van je problemen in abstracte zelfstandige naamwoorden, en je gaat er weer een staat (voelen) of een werkwoord (doen, bewegen, motiveren, inspireren) van maken, dan zul je merken dat er direct iets verandert.
Je merkt het in je lichaam. Je merkt het in je hoofd. Er gebeurt iets. Er ontstaat alsof het ware weer... ruimte.
En ja, 'de ruimte' is natuurlijk óók geen ding, hè? Dat hoef ik je nu niet meer uit te leggen. Je kunt geen emmertje ruimte gaan scheppen. Maar je snapt de metafoor: er komt weer ruimte in je model van de wereld om de situatie anders te bekijken. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Je kunt jezelf namelijk helemaal gijzelen en muurvast zetten in een concept dat alleen maar in de taal bestaat.
Dus, mijn uitnodiging aan jou voor de komende tijd: merk het eens op bij jezelf. Betrap jezelf op die momenten dat je denkt of zegt: "Ik zit vast in dit probleem." Of: "Ik mis de connectie." Of: "De communicatie is slecht." Stop even. Haal adem.
En stel jezelf de vraag: Is dit een ding dat in de kruiwagen past? Of is het een nominalisatie? Is het eigenlijk een staat of een werkwoord? En hoe kan ik er weer een actie van maken? Hoe kan ik gaan voelen of gaan doen? Vanuit die beweging kun je tenminste weer stappen zetten. Succes ermee!
Hypnose voor hulp
Ja, succes ermee!? Als dat voor jou nu wel erg makkelijk klinkt, dan is kennis van hypnose of hypnotherapie ontzettend handig. In een staat van diepe hypnose omzeilen we namelijk de kritische, analytische linkerkant van je brein. Dat is precies het deel dat die rigide taalkundige labels de hele dag in stand houdt.
In trance krijgt het onbewuste brein weer direct toegang tot de vloeibare realiteit achter het woord. Je ervaart dat 'de angst' eigenlijk gewoon een fysieke sensatie is die ergens in je buik begint, omhoog beweegt en weer wegzakt[3].
Hypnose de-nominaliseert als het ware ter plekke: het smelt het bevroren, abstracte 'ding' onmiddellijk om tot wat het in essentie is: een dynamisch proces.
Door gerichte suggesties en visualisaties transformeren we de starre innerlijke film. We maken van het passieve bezit ("ik heb een probleem") weer een actieve handeling ("ik doe dit, dus ik kan ook iets anders doen").
Omdat het onbewuste geen onderscheid maakt tussen een levendige verbeelding en de werkelijkheid, ervaar je direct in je zenuwstelsel dat de grip van het woord verdwijnt.
Er ontstaat letterlijk weer ruimte en keuzevrijheid. Hypnose haalt je uit de taalkundige illusie en zet je direct terug in de actiestand. Want onthoud: je bent niet kapot, je bent gewoon tijdelijk verkeerd geprogrammeerd door je eigen taal. En dat is in trance zo weer opgelost.
Hypnose leren
Wil jij jezelf of andere mensen helpen om minder last te hebben van nominalisaties? Kom eens naar een gratis masterclass voor een verkenning.
Of bekijk onze agenda voor onze evenementen en opleidingen.
Heb je een vraag over de opleiding? Plan hier een 1-op-1 gesprek.
Bronnen:
[1] https://www.wecmelive.com/open-access/experience-as-concept-the-power-of-nominalization-in-meaningmaking.pdf






